Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt het navolgende.
€ 3.000,-- heeft aangenomen.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 23 februari 2016 een wethouder van de gemeente Boxmeer veroordeeld voor het aannemen van een gift van €3.000 van een persoon die betrokken was bij onderhandelingen over onroerend goed waarover de wethouder in zijn hoedanigheid onderhandelde. Het bedrag werd in een enveloppe op 8 november 2012 overhandigd en door de wethouder aangenomen, ondanks zijn vermoeden dat dit niet correct was.
De verdediging voerde aan dat het geld direct was teruggegeven en dat getuigen die dit konden bevestigen niet waren gehoord, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het Openbaar Ministerie voldoende inspanningen had verricht om deze getuigen te traceren en dat de verklaring van de verdachte over teruggave niet werd ondersteund door bewijs.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de gift werd aangenomen met het redelijk vermoeden dat deze werd gedaan om de wethouder te bewegen in zijn functie iets te doen of na te laten, en dat dit het vertrouwen in het openbaar bestuur schaadde. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis wegens het aannemen van een gift van €3.000 in zijn functie als wethouder.