ECLI:NL:RBOBR:2016:6769
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering na vrijspraak afpersing, oplichting en flessentrekkerij
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 739.714,16, gebaseerd op vermeende strafbare feiten van afpersing, oplichting en flessentrekkerij. Verdachte werd echter vrijgesproken van deze feiten.
Tijdens de zitting op 23 november 2016 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De verdediging bepleitte afwijzing of matiging van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat vanwege de vrijspraak niet kan worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel uit de betreffende feiten heeft verkregen. Ook uit de feiten waarvoor verdachte wel is veroordeeld, blijkt geen wederrechtelijk voordeel. Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen vanwege vrijspraak van de tenlastegelegde feiten.