Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging
2.De formele voorvragen
.Niet duidelijk is op welk moment deze zijn zoekgeraakt. Genoemde bronmaterialen zijn derhalve niet meer beschikbaar voor (nader) onderzoek of tegenonderzoek. Dat de voorwerpen niet meer aanwezig zijn is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf te betreuren.
3.Bronnen
Expertise en Recht2014-6.
4.Inleiding
5.Het standpunt van het openbaar ministerie
6.Het standpunt van de verdediging
7.Het oordeel van de rechtbank
zeer veel waarschijnlijkerzijn als de bemonsteringen DNA van verdachte bevatten dan als de bemonsteringen geen celmateriaal van verdachte bevatten. Bij de bemonstering van de slip kwam het NFI tot de uitspraak
extreem veel waarschijnlijker. [20]
Aard van de sporen: sperma?
Tussenconclusie
DNA-onderzoeken van het NFI.
allele drop-outwordt genoemd (letterlijk te vertalen als: het uitvallen van een kenmerk). Doordat slechts van een zeer klein aantal cellen DNA aanwezig is, kan het voorkomen dat niet allebei de kenmerken van een bepaald locus worden vermeerderd (gekopieerd) maar slechts één of soms zelfs geen van beiden. Dit effect wordt door het toeval bepaald en heeft tot gevolg dat soms van een locus slechts één piek of helemaal geen piek zichtbaar is in het DNA-profiel.
likelihood ratiovan meer dan een miljoen ( > 1.000.000). De uitspraak zeer veel waarschijnlijker valt in de categorie daaronder, namelijk 10.000-1.000.000.
Het onderzoek van deskundige Eikelenboom.
De berekening van het NFI.
zeer veel waarschijnlijkerzijn als de bemonstering DNA van de verdachte bevat dan als de bemonstering geen celmateriaal van de verdachte bevat en bij de bemonstering van het kruis van de slip (AUA106#02) tot de uitspraak
extreem veel waarschijnlijker. [40]
De berekening van Eikelenboom.
Een verklaring voor de verschillende uitkomsten.
Kritiek Eikelenboom: subjectieve inschattingen door het NFI.
Kritiek Koopman: TrueAllele heeft met één replica, het poolprofiel, gerekend.
De benoeming en de berekening van deskundige Buckleton.
Vergelijking van de resultaten van de drie computermodellen LRMix, TrueAllele en STRMix.
De keuze van de rechtbank voor het NFI en Buckleton.
Tussenconclusie
Conclusie.
- i) Op 6 oktober 1995 om 05.10 uur vertrok [slachtoffer] op de fiets vanuit de woning van haar oma naar haar bijbaantje.
- ii) De fiets werd in de avond aangetroffen in de rivier De Dommel nabij de route die [slachtoffer] gewoonlijk fietste als ze naar haar werk ging.
- iii) Ruim zes weken na de verdwijning van [slachtoffer] werd haar levenloze lichaam aangetroffen in een bosperceel. Zij was door geweld om het leven gekomen en haar lichaam vertoonde sporen van steek- en/of snijletsel in de linker borstkas en letsel aan het hoofd en de kaak. Het lichaam was afgedekt met conifeertakken.
- iv) In de anus van het slachtoffer en in de slip die zij droeg, is het sperma van verdachte aangetroffen.
- v) Op de jas van [slachtoffer] werd een haar van verdachte gevonden.
second opinion) acht de rechtbank niet noodzakelijk en overigens in een te laat stadium van het geding gedaan. De rechtbank wijst dat verzoek af. Verder is verdachte veroordeeld voor een verkrachting gepleegd in 2000. Naar het oordeel van de rechtbank komt uit die beide verkrachtingen het beeld naar voren van een dader voor wie kenmerkend is het onverhoeds benaderen van slachtoffers op de fiets op de openbare weg en het vervolgens meenemen van hen naar een plaats waar hij hen verkracht. Uit het vonnis van 2001 volgt dat verdachte het slachtoffer toen meerdere malen met de vlakke en/of tot vuist gebalde hand in het gezicht en/of op het lichaam heeft geslagen en gedreigd heeft haar lek te steken. De fiets van het slachtoffer uit 1987 is volgens het slachtoffer voorafgaand aan de verkrachting door verdachte in de sloot gegooid.
- i) Op 6 oktober 1995 om 05.10 uur vertrok [slachtoffer] op de fiets vanuit de woning van haar oma naar haar bijbaantje. Sinds dit vertrek is van haar geen teken van leven meer vernomen.
- ii) De fiets werd in de avond aangetroffen in de rivier De Dommel nabij de route die [slachtoffer] gewoonlijk fietste als ze naar haar werk ging.
- iii) Ruim zes weken na de verdwijning van [slachtoffer] werd haar levenloze lichaam aangetroffen in een bosperceel. Zij was door geweld om het leven gekomen en haar lichaam vertoonde sporen van steek- en/of snijletsel in de linker borstkas en letsel aan het hoofd en de kaak. Het lichaam was afgedekt met conifeertakken.
- iv) Op de jas van [slachtoffer] werd een haar van verdachte gevonden.
- v) Het bosperceel waar het lichaam van [slachtoffer] werd gevonden ligt hemelsbreed 12,6 kilometer van de plaats waar haar fiets werd gevonden.
- vi) Verdachte had op de dag dat [slachtoffer] verdween de beschikking over een personenauto. Op 25 oktober 1995 deed verdachte aangifte van diefstal van die auto in Valkenswaard in de nacht van 24 op 25 oktober 1995. Hij meldde de diefstal bij zijn verzekeraar en leverde drie originele sleutels in. Op 1 december 1995 werd de auto aangetroffen in het water van een rivier in ’s-Hertogenbosch. Er werden geen sporen van braak aangetroffen. In het contactslot van de auto zat een daarop passende sleutel.
- vii) Verdachte heeft [slachtoffer] verkracht.
8.De bewezenverklaring
9.De strafbaarheid van het feit
10.De strafbaarheid van verdachte
11.De motivering van de beslissing
De civiele vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 1].
13.Toepasselijke wetsartikelen
straf:
5 jaren;
niet-ontvankelijkin hun afzonderlijke vorderingen;