ECLI:NL:RBOBR:2016:6394
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens niet-naleving registratieplicht fietsen
Verzoekster exploiteert een bedrijfspand waar tweedehands fietsen worden verhandeld. Naar aanleiding van een controle op 14 juli 2016 werden twaalf fietsen aangetroffen die niet correct waren geregistreerd, wat een overtreding vormt van de registratieplicht volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Eindhoven.
Verweerder, de burgemeester van Eindhoven, besloot het pand voor twee weken te sluiten op grond van artikel 2:40a APV. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen. Zij voerde aan dat de sluiting disproportioneel was, dat er sprake was van ongelijke behandeling en dat zij onvoldoende tijd had gehad om het digitale registratiesysteem goed te implementeren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de sluiting en dat het belang van verzoekster onvoldoende spoedeisend was om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder had zorgvuldig afgewogen en terecht besloten tot sluiting vanwege de ernst van de overtreding (twaalf niet-geregistreerde fietsen). Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.