ECLI:NL:RBOBR:2016:589
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor jeugdprostitutie met taakstraf en gedeeltelijke gevangenisstraf
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontucht met een minderjarige die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling, gepleegd in de periode juni tot en met september 2012. De bewezenverklaring betreft twee momenten waarop verdachte zich heeft laten pijpen en/of af laten trekken door het slachtoffer, dat destijds tussen de zestien en achttien jaar oud was.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat de leeftijd van het slachtoffer kon worden bewezen aan de hand van het proces-verbaal van aangifte, ondanks het ontbreken van een geboorteakte. Verdachte werd strafbaar verklaard en veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur en een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen had, zijn berouw en openheid tegenover de politie, en het tijdsverloop sinds het strafbare feit. De opgelegde straf weerspiegelt de ernst van de zaak en bevat tevens een schadevergoedingsmaatregel van €500 aan het slachtoffer, met wettelijke rente vanaf september 2012.
De rechtbank wees de vordering van de benadeelde partij toe voor het bedrag van €500 en legde een regeling op waarbij betaling aan de Staat of het slachtoffer elkaars verplichting vervangt. De straf bestaat uit een combinatie van een taakstraf en een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat de wet bij deze feiten geen louter voorwaardelijke straf toestaat.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur taakstraf en 90 dagen gevangenisstraf waarvan 89 dagen voorwaardelijk met twee jaar proeftijd wegens ontucht met minderjarige in de prostitutie.