ECLI:NL:RBOBR:2016:588
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mensenhandel met minderjarig slachtoffer in prostitutie
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel waarbij een destijds 17-jarig kwetsbaar meisje werd gebracht tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. Verdachte heeft onder meer een seksadvertentie geplaatst, condooms verstrekt, het meisje vervoerd naar prostitutieplekken en haar verdiensten gecontroleerd en afgedragen gekregen.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer minderjarig was, en dat zij voordeel heeft getrokken uit de prostitutie van het meisje. De verklaringen van het slachtoffer en een getuige bevestigen dit. Verdachte voerde verweer dat zij niet wist van de minderjarigheid, maar dit werd verworpen omdat minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel is.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 8 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief toezicht door de reclassering en ambulante behandeling. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.500,- aan het slachtoffer toegewezen met wettelijke rente en een subsidiarische hechtenis van 25 dagen bij niet-betaling. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het kwetsbare slachtoffer en de mate van uitbuiting. Verdachte had zelf een problematische achtergrond, maar dit weerhield haar er niet van het misdrijf te plegen. De rechtbank achtte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend en verhogend ten opzichte van de eis van de officier van justitie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens mensenhandel met een minderjarig slachtoffer.