ECLI:NL:RBOBR:2016:5707
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie langdurige zorg op grond van verstandelijke beperking bij ASS-problematiek
Eiser, bekend met autistische stoornis (ASS) en ADHD, vroeg om een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Verweerder wees deze aanvraag af omdat geen sprake was van een verstandelijke beperking, een vereiste grondslag voor Wlz-zorg. Eiser voerde aan dat hij het beste functioneert binnen een verstandelijk gehandicapten setting en dat de indicatie onjuist was.
De rechtbank nam het medisch advies van een medisch adviseur over, waarin werd vastgesteld dat de beperkingen van eiser voortkomen uit psychiatrische aandoeningen en niet uit een verstandelijke beperking. Het IQ van eiser was 87, met een disharmonisch profiel en een sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau van 1,5 tot 3 jaar. Dit maakte dat de beperkingen niet herleidbaar waren tot een verstandelijke handicap.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder zorgvuldig was genomen en dat de indicatie passend was. Hoewel eiser het beste functioneert binnen een setting voor verstandelijk gehandicapten, betreft dit een plaatsingsprobleem en geen grond voor een andere indicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de Wlz-indicatie wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een verstandelijke beperking.