ECLI:NL:RBOBR:2016:539
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.P.G. Wielders
- R.J. Bokhorst
- C.J. Sangers- de Jong
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen synthetische drugs en bezit jammer
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs en het bezit van een jammer zonder vergunning. De zaak betrof transporten en opslag van grote hoeveelheden apaan, een stof die later als geregistreerde stof werd aangemerkt, maar ten tijde van de feiten nog niet.
Na prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie werd vastgesteld dat apaan destijds niet viel onder de lijst van geregistreerde stoffen. Hierdoor kon verdachte niet wettig en overtuigend worden bewezen voor het primair en subsidiair ten laste gelegde feit 1 en werd hij daarvan vrijgesproken. Ook werd hij vrijgesproken van het produceren en aanwezig hebben van amfetamine wegens onvoldoende bewijs.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen grote hoeveelheden apaan bestelde, vervoerde en opsloeg met het opzet een feit als bedoeld in artikel 10 lid 4 of Pro 5 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte een jammer zonder vergunning had en gebruikte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 27 maanden op, met aftrek van voorarrest en een korting van 3 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn. Onttrekking aan het verkeer van 200 kilo apaan werd eveneens bevolen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen synthetische drugs en bezit jammer zonder vergunning.