Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat verdachte in de periode van 27 januari 2012 tot en met 28 juni 2012 voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde dan ook vrijspreken.
DE UITSPRAAK
1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.