De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn twaalfjarige dochter in de periode van januari tot maart 2016. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
De bewezenverklaring betreft het likken en kussen aan de vagina en schaamstreek en het betasten van de vagina, schaamstreek, borsten en billen van het slachtoffer, gepleegd buiten echt. De rechtbank baseerde haar oordeel op de verklaring van het slachtoffer en de bekennende verklaring van verdachte.
De straf bestaat uit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie dagen met aftrek van voorarrest, een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan een behandelverplichting. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.599,14 aan het slachtoffer, bestaande uit immateriële en materiële schade. De rechtbank wees overige vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing.
Verdachte toonde berouw en medewerking aan het onderzoek en volgt begeleiding bij jeugdzorg. Het vonnis benadrukt de ernst van het misbruik van vertrouwen en de impact op het slachtoffer, en legt een straf op die recht doet aan de ernst van de feiten.