Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
,
1.Het procesverloop
2.De feiten
U moet aan deze voorwaarden voldoen:
Rechtbank Oost-Brabant
De werknemer, in dienst sinds 1999, verzocht de werkgever tot betaling van een aanvullende transitievergoeding van €15.926,53 bruto, naast de reeds betaalde €2.308,19 bruto. De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen en stelde dat zij voldoet aan de Overbruggingsregeling, waardoor alleen de dienstjaren na 1 mei 2013 meetellen voor de transitievergoeding.
Het geschil draaide om de uitleg van de financiële voorwaarden van de Overbruggingsregeling, met name of het nettoresultaat over de drie voorafgaande boekjaren gemiddeld negatief moest zijn of elk jaar afzonderlijk negatief. De werkgever stelde dat het gemiddelde nettoresultaat negatief was, ondanks een positief resultaat in 2013 door een schade-uitkering.
De kantonrechter oordeelde dat het gemiddelde nettoresultaat over de drie jaren bepalend is en dat de positieve uitkering in 2013 gecompenseerd wordt door een herbouwplicht. Hierdoor voldoet de werkgever aan de voorwaarden van de Overbruggingsregeling en is de lagere transitievergoeding terecht betaald.
De kantonrechter wees het verzoek van de werknemer af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het verzoek tot toekenning van de aanvullende transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werkgever voldoet aan de Overbruggingsregeling.