Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 8 september 2015 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval op de Rijksweg A2 te 's-Hertogenbosch waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep. Verdachte voerde een inhaalmanoeuvre uit waarbij hij een voertuig op de linker rijbaan over het hoofd zag en daardoor moest uitwijken, wat leidde tot een botsing. Verdachte reed onder invloed van alcohol met een promillage van 170 microgram per liter uitgeademde lucht.
De rechtbank oordeelde dat verdachte onvoldoende voorzichtigheid betrachtte bij zijn inhaalmanoeuvre, wat een verkeersfout opleverde en gevaar op de weg veroorzaakte. Echter, de schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro was onvoldoende bewezen voor de primaire tenlastelegging. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze schuld aan het ongeval.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte als beginnend bestuurder onder invloed van alcohol reed en een verkeersfout maakte die gevaar op de weg veroorzaakte. De rechtbank legde een geldboete van €300,- met subsidiaire hechtenis van 6 dagen op voor het alcoholgebruik en een geldboete van €500,- met subsidiaire hechtenis van 10 dagen plus een voorwaardelijke rijontzegging van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar voor de verkeersfout.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte berouw toonde en contact zocht met het slachtoffer, en dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. De ontzegging van de rijbevoegdheid wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 11 augustus 2016.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van schuld aan ongeval, veroordeeld voor rijden onder invloed en verkeersfout met geldboetes en voorwaardelijke rijontzegging.