Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
- voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/die delict(en), immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode ne op voornoemde tijdstip in voornoemde pleegplaats,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende BMK (benzylmethylketon) (bedoeld voor de productie van amfetamine, althans synthetische drugs), voorhanden gehad, waarvan verdachte wist of ernstig redenen had te vermoeden, dat die bestemd was tot het plegen van dat/die feit(en);
De formele voorvragen.
Het verweer van de raadsvrouw.
Het standpunt van de officier van justitie.
Vrijspraak ten aanzien van de feiten 2 en 3.
Bewijs ten aanzien van de feiten 1 en 4.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht ;
- onttrekking aan het verkeer van de goederen vermeld onder 6, 7, 8, 11 tot en met 24 op de beslaglijst;
- verbeurdverklaring van de goederen vermeld onder 4 en 5 op de beslaglijst;
- teruggave van de goederen vermeld onder 2 (personenauto Renault Megane), 25 (telefoon) en 26 (telefoon) op de beslaglijst aan verdachte en
- teruggave van de goederen vermeld onder 9 en 10 aan de rechthebbende [betrokkene 3] .