ECLI:NL:RBOBR:2016:3968
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende uitkering uit Schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk geweld
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven wegens mishandeling, diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Verweerder kende een uitkering van €1.000 toe voor een specifiek incident, maar wees aanvullende claims af omdat deze niet voldeden aan de criteria van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf zoals vereist in artikel 3 van Pro de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
Eiser voerde aan dat hij slachtoffer was van langdurige bedreigingen en politiegeweld, maar verweerder stelde dat deze bedreigingen onvoldoende waren gespecificeerd en dat het politiegeweld niet onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op deze standpunten kon stellen en dat onvoldoende objectieve aanwijzingen bestonden om de overige incidenten als opzettelijke geweldsmisdrijven te kwalificeren.
De rechtbank benadrukte dat een uitkering alleen kan worden toegekend voor geweldsmisdrijven waarbij daadwerkelijk geweld is gebruikt of ermee is gedreigd, en dat het bewijs hiervoor aannemelijk moet zijn gemaakt met objectieve aanwijzingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toekenning van een aanvullende uitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een aanvullende uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard.