Eisers kregen in 1989 een Hinderwetvergunning voor hun veehouderij en in 2005 een revisievergunning op basis van de Wet milieubeheer. Verweerder stelde dat de revisievergunning in werking was getreden, waardoor de Hinderwetvergunning verviel en de ammoniakemissie op basis van de revisievergunning moest worden bepaald. Eisers betwistten dit en stelden dat de revisievergunning nooit in werking is getreden.
De rechtbank onderzocht de situatie aan de hand van de oude regelgeving en jurisprudentie. Het bleek dat een deel van de bouwactiviteiten (stal 7 en vaste mestopslag) niet was gerealiseerd en dat de vereiste bouwvergunning hiervoor ontbrak. Ook was stal 4 niet conform de revisievergunning gebouwd, maar deze stal was wel altijd in werking geweest als zelfstandig onderdeel.
De rechtbank concludeerde dat de revisievergunning niet in werking is getreden omdat de bouwvergunning ontbrak en de stal niet volledig was aangepast. Hierdoor bleef de Hinderwetvergunning van kracht en was er geen overtreding van de ammoniakemissienormen. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.