ECLI:NL:RBOBR:2016:3026
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.P.J. Scheele
- E.C.P.M. Valckx
- S.B.C. Nicolaes
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen gewoontewitwassen
Veroordeelde is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, waarbij zij voordeel heeft genoten uit de baten van het strafbare feit. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €58.286, bestaande uit cadeaus, giften en betalingen van haar partner die veroordeeld is voor verduistering.
De verdediging voerde aan dat het voordeel reeds via andere maatregelen was ontnomen, dat de waarde van het vermogen niet aannemelijk was, en dat matiging van de betalingsverplichting op grond van draagkracht en gezondheidstoestand noodzakelijk was. De officier van justitie handhaafde de vordering en stelde het voordeel vast op €58.286.
De rechtbank oordeelt dat het voordeel daadwerkelijk is verkregen en dat het conservatoire beslag de ontneming niet belemmert. De draagkracht van veroordeelde is onvoldoende aangetoond om matiging toe te passen. Wel is sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de betalingsverplichting wordt gematigd tot €53.286.
De redelijke termijn vangt aan bij het instellen van het strafrechtelijk financieel onderzoek in november 2011. De ontnemingszaak is complex en mede door procesverloop van veroordeelde vertraagd. De matiging blijft beperkt tot €5.000 conform jurisprudentie. De rechtbank legt de betalingsverplichting op grond van artikel 36e Sr op.
Uitkomst: Veroordeelde moet €53.286 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met matiging wegens overschrijding redelijke termijn.