Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 augustus 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 18 december 2015 en de daarin genoemde processtukken
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 62.089,60 vermeerderd met de wettelijke rente over € 59.670,- vanaf 2 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
- [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding.
4.De beoordeling
1.788,00(2 punt × tarief € 894,00)