Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
een hogere snelheid dan aldaar was toegestaanomdat zij op basis van het dossier niet zonder meer kan vaststellen dat verdachte harder heeft gereden dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid. De rechtbank zal wel bewezen verklaren dat verdachte met een te hoge snelheid heeft gereden gezien de situatie toen aldaar ter plaatse.
De bewezenverklaring.
op 19 september 2015 te Helmond, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg (de Venuslaan), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend te handelen als volgt: verdachte heeft over die Venuslaan gereden met een te hoge snelheid gezien de situatie toen aldaar ter plaatse en heeft bij het naderen van een (gezien verdachte's rijrichting) naar rechts afbuigende bocht zijn snelheid onvoldoende verminderd en heeft vervolgens die bocht naar rechts niet geheel genomen en is in de linkerberm van die Venuslaan gereden en vervolgens via het wegdek in de rechterberm van die Venuslaan gereden en vervolgens tegen een in die rechterberm staande boom gebotst, waardoor een ander (te weten een inzittende, genaamd [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, zijn voertuig bestuurde na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, 1,68 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn terwijl sedert de datum waarop aan verdachte voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van dat rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.