ECLI:NL:RBOBR:2016:2673
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van den Heuvel
- S.J.W. Hermans
- S.B.C. Nicolaes
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 26 mei 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte had tussen 2010 en 2012 tien oogsten gerealiseerd verdeeld over twee hennepkwekerijen in Veghel en Luyksgestel. Het financieel onderzoek stelde het totale voordeel vast op €206.970,84, maar de officier van justitie beperkte de vordering tot €65.434,64.
De rechtbank baseerde zich op de verklaring van een getuige, die zij betrouwbaar achtte, en op een gedetailleerde kosten- en opbrengstenanalyse. Voor de kwekerij in Luyksgestel werden zeven oogsten verantwoord, met een netto voordeel van €173.702,27 na aftrek van leefgeld en kosten. Voor de kwekerij in Veghel waren dat drie oogsten met een netto voordeel van €18.081,31. De winstverdeling en aftrek van huurverhoging en autokosten resulteerden in het ontnemingsbedrag van €65.383,88.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om het onderzoek te schorsen voor een nader onderzoek naar aflossing van schulden, wegens gebrek aan aannemelijkheid. Ook achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte geen draagkracht heeft om te betalen, mede gelet op zijn leeftijd. De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en legt verdachte de verplichting op tot betaling van het genoemde bedrag aan de Staat.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot ontneming van €65.383,88 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerijen.