ECLI:NL:RBOBR:2016:2489
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen verwerking hennep voor coffeeshops in Eindhoven
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 17 mei 2016 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van het verwerken van hennep in Eindhoven in de periode augustus tot en met september 2015. Uit het dossier en de zitting bleek dat verdachte zich in augustus schuldig heeft gemaakt aan het inpakken en verwerken van hennep, maar niet in september. Daarom werd verdachte vrijgesproken voor de feiten in september.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met medeverdachten door tweemaal tegen vergoeding hennep in te pakken, wat voldoende gewicht gaf aan haar bijdrage om van medeplegen te spreken. De strafbaarheid van het feit en de verdachte werd bevestigd, zonder strafuitsluitingsgronden.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank legde een lichtere straf op: een taakstraf van 60 uur waarvan 28 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gelet op de ernst van het feit, de maatschappelijke risico's van hennephandel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de rechtbank stelde als algemene voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet schuldig mag maken aan nieuwe strafbare feiten. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarvan één niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur waarvan 28 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.