ECLI:NL:RBOBR:2016:246
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- D.J. de Lange
- M.L.W.M. Viering
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen gedeeltelijke schadevergoeding voor overlast Bartenbrug
Eisers hebben schadevergoeding gevorderd wegens verminderde bereikbaarheid en huurinkomstenverlies van hun pand door werkzaamheden aan de Bartenbrug in ’s-Hertogenbosch. De gemeente heeft na deskundigenadvies een bedrag toegekend, waarbij een deel van de schade als voorzienbaar en voor eigen rekening werd beschouwd.
Eisers zijn het niet eens met de hoogte van de vergoeding en de gehanteerde periode van voorzienbaarheid. De rechtbank oordeelt dat de deskundigenadviezen van SAOZ zorgvuldig zijn en dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat zij extra inspanningen hebben verricht om schade te beperken. Ook het causaliteitspercentage van 50% is voldoende onderbouwd.
De rechtbank volgt de gemeente in haar standpunt dat de schade gedurende de eerste tien maanden van de werkzaamheden voor rekening van eisers komt omdat deze periode voorzienbaar was. De schade die daarna is opgetreden komt wel voor vergoeding in aanmerking. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.