ECLI:NL:RBOBR:2016:2260
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Kooijmans-de Kort
- R.M.L. Heemskerk-Pleging
- W.T.A.M. Verheggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij massale vechtpartij
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een massale vechtpartij op 17 januari 2016 te Oss. Verdachte werd beschuldigd van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een ijzeren pijp aan twee slachtoffers, zowel primair als subsidiair.
Tijdens de terechtzitting op 25 april 2016 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was om de zaak te behandelen. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, en schadevergoedingen voor de benadeelde partijen. De verdediging voerde integrale vrijspraak aan, stellende dat verdachte de geweldshandelingen ontkende en niet als medepleger kon worden aangemerkt.
De rechtbank constateerde dat het dossier meerdere, tegenstrijdige verklaringen bevatte van betrokkenen die elkaar beschuldigden van het beginnen van het geweld. Er waren letsels bij alle betrokkenen passend bij een vechtpartij, maar het ontbreken van eenduidige en objectieve bewijsmiddelen maakte het onmogelijk om de exacte rol van verdachte vast te stellen.
Gezien de onduidelijkheden over de aanleiding, het moment van betrokkenheid en de aard van de handelingen van verdachte, oordeelde de rechtbank dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Verdachte werd vrijgesproken en de vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de vechtpartij.