Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
DE UITSPRAAK
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte wegens het niet in werking hebben van luchtwassers in stallen die gebruikt werden voor het bedrijfsmatig houden van dieren, in strijd met voorschriften van de omgevingsvergunning. De tenlastelegging betrof de periode van 1 oktober 2010 tot en met 26 september 2012.
De rechtbank oordeelde dat de omgevingsvergunning van 11 augustus 2006 nooit in werking is getreden omdat niet alle bouwvergunningen waren verleend. De vergunning van 2 december 2011 trad pas in werking op 29 februari 2012 nadat de bouwvergunningen waren verleend. Daarom werd verdachte voor de periode tot 29 februari 2012 vrijgesproken omdat er geen geldige vergunning van kracht was.
Voor de periode van 29 februari 2012 tot en met 26 september 2012 werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk handelde in strijd met voorschrift 7.1.2 van de omgevingsvergunning door de luchtwassers niet in werking te hebben terwijl de stallen in gebruik waren voor het bedrijfsmatig houden van dieren. Verdachte deed hiervan een bekennende verklaring. De rechtbank legde een geldboete van €2000,- op, subsidiair 15 dagen hechtenis voor de helft daarvan voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De straf werd gematigd vanwege het feit dat verdachte inmiddels voldeed aan de voorschriften door te investeren in moderne luchtwassers, het tijdsverloop en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De rechtbank achtte de opgelegde straf passend gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €2000,- subsidiair 15 dagen hechtenis wegens opzettelijke overtreding van de omgevingsvergunning.