ECLI:NL:RBOBR:2016:1368
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak brandstichting, veroordeling afpersing met kogelbrief en geldbedrag
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van brandstichting, vernieling en afpersing. De brandstichting en vernieling van een auto konden niet bewezen worden vanwege gebrek aan direct bewijs en ontkenning door verdachte. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met medeverdachten een afpersingsbrief met een kogel had bezorgd aan het slachtoffer, waarin werd gedreigd met geweld en een bedrag van €40.000 werd geëist.
Uit diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van medeverdachten en getuigen, bleek dat verdachte en zijn mededaders op de hoogte waren van de plaats en het tijdstip van de geldoverdracht en dat zij het bedrag gezamenlijk ontvingen en verdeelden. De rechtbank kwalificeerde dit als medeplegen van afpersing door bedreiging met geweld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €40.000 aan het slachtoffer als schadevergoeding, met een vervangende hechtenis van 235 dagen bij niet-betaling. De ernst van de bedreigingen, de impact op het slachtoffer en diens gezin, en de jeugdige leeftijd van verdachte werden meegewogen in de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk en betaling van €40.000 schadevergoeding voor afpersing; vrijspraak brandstichting en vernieling.