ECLI:NL:RBOBR:2016:1335

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2016
Publicatiedatum
23 maart 2016
Zaaknummer
16-001
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 517 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek politierechter wegens mogelijke onpartijdigheid

De politierechter mr. E.C.P.M. Valckx heeft een verzoek tot verschoning ingediend in de strafzaak tegen verdachte met parketnummer 01/845200-12. Dit verzoek volgde op een zitting waarbij de raadsman van verdachte twijfels uitte over de onpartijdigheid van de politierechter, omdat zij tevens voorzitter was van de meervoudige kamer die eerder beslissingen had genomen in strafzaken van medeverdachten van verdachte.

De raadsman stelde dat in die eerdere vonnissen interpretaties waren gegeven aan bewijsmiddelen, zoals berichtjes tussen verdachte en medeverdachten, die ook in de huidige zaak een rol spelen. De politierechter erkende dat zij een interpretatie had gegeven die mogelijk ook in de zaak van verdachte relevant is, en verzocht daarom zelf om verschoning.

De rechtbank beoordeelde dat hoewel de politierechter in beginsel onpartijdig wordt vermoed, de combinatie van haar rol in de meervoudige kamer en de overlap in bewijsmiddelen een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kan wekken. Dit vormt een uitzonderlijke omstandigheid die de rechterlijke onpartijdigheid kan schaden.

Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant en op 15 januari 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van politierechter Valckx wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigde vrees voor haar onpartijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer
Zaaknummer: WR 16/001
Beschikking van 15 januari 2016
in de zaak van
mr. E.C.P.M. Valckx,in haar hoedanigheid van politierechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 01/845200-12 tegen verdachte [verdachte] .

1.Procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift van mr. E.C.P.M Valckx, gedateerd op 4 januari 2016, met als bijlage het proces-verbaal van de op 16 december 2015 gehouden terechtzitting met parketnummer 01/845200-12;
- het dossier in de hoofdzaak.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot verschoning van politierechter mr. E.C.P.M Valckx in een onderzoek tegen verdachte [verdachte] in de strafzaak met parketnummer 01/845200-12.
2.2.
Ter onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft mr. Valckx gewezen op de volgende feiten en omstandigheden.
2.3
Ter terechtzitting van 16 december 2015 zijn omstandigheden naar voren gekomen waardoor haar rechtelijke onpartijdigheid is aangetast. De raadsman van de verdachte [verdachte] heeft tijdens de genoemde zitting zijn verbazing uitgesproken dat mr. Valckx de politierechter is en zal oordelen over een strafzaak van verdachte [verdachte] , aangezien zij tevens voorzitter was van de meervoudige kamer, die een beslissing heeft genomen in de strafzaken van de medeverdachten van verdachte [verdachte] , [medeverdachten] . De raadsman heeft verder aangevoerd dat voor het bewijs van feit drie in de vonnissen van [medeverdachten] gebruik is gemaakt van berichtjes tussen [verdachte] en de heren [medeverdachten] . In die zin heeft mr. Valckx dus al een oordeel gegeven over hoe deze berichtjes moeten worden geduid, aldus de raadsman. Hij heeft haar verzocht zich te verschonen in de betreffende strafzaak. mr. Valckx stelt dat zij in de vonnissen van [medeverdachten] een interpretatie heeft gegeven aan bepaalde bewijsmiddelen, die mogelijk in de zaak van verdachte [verdachte] een rol zouden kunnen spelen. Zij heeft daarom in het bovenvermelde verzoekschrift verzocht zich te mogen verschonen.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 517, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering, kan op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. Er dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat de politierechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de politierechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Het enkele feit dat de politierechter tevens voorzitter was van de meervoudige kamer, die een beslissing heeft genomen in de strafzaken van de medeverdachten [medeverdachten] en die strafzaken en de onderhavige strafzaak van [verdachte] elkaar mogelijk (deels) inhoudelijk raken, levert op zichzelf nog niet de ‘uitzonderlijke omstandigheid’ op die nodig is voor een objectief gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de politierechter. Echter de omstandigheid dat de meervoudige strafkamer waarvan de politierechter deel heeft uitgemaakt, in de zaken van genoemde medeverdachten van
[verdachte] vonnis heeft gewezen en daarbij een interpretatie heeft gegeven aan bepaalde bewijsmiddelen die mogelijk ook in de zaak van [verdachte] een rol zouden kunnen spelen, kan bij [verdachte] naar objectieve maatstaven de gerechtvaardigde vrees wekken dat deze politierechter niet meer onbevangen in deze zaak kan handelen en levert vorenbedoelde uitzonderlijke omstandigheid op. Er is daarmee sprake van een omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit brengt mee dat mr. Valckx het verschoningsverzoek op goede gronden heeft gedaan.
3.4.
Het verschoningsverzoek zal onder deze omstandigheden worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank,
wijst toe het verzoek van mr. E.C.P.M. Valckx om zich te mogen verschonen in haar hoedanigheid als politierechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de strafzaak met parketnummer 01/845200-12 tegen verdachte [verdachte] .
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. E.C.M. de Klerk en mr. S.J.G.N.M. Willard, leden, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.