Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 juli 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 7 januari 2016.
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2010 gescheiden. De rechtbank behandelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name twee lijfrentepolissen en een belastingteruggave uit 2008.
De rechtbank stelt vast dat de peildatum voor de verdeling 22 november 2010 is. De belastingteruggave is niet meer onderdeel van de gemeenschap op die datum en wordt buiten beschouwing gelaten. De lijfrentepolissen staan op naam van de ex-echtgenoot, die deze polissen toegewezen krijgt onder de verplichting om de ex-echtgenote de helft van de afkoopwaarde minus 52% belasting te betalen. Een boete van 20% wordt niet meegenomen bij toedeling zonder afkoop, maar blijft wel voor rekening van de ex-echtgenoot indien afkoop plaatsvindt.
De ex-echtgenoot kan niet voldoen aan de betaling, waardoor een alternatieve regeling geldt waarbij hij de polissen afkoopt en de helft van de opbrengst minus belasting en boete betaalt. De vordering tot afgifte van roerende zaken wordt afgewezen omdat de ex-echtgenoot onvoldoende heeft onderbouwd dat hij deze nog niet heeft ontvangen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken door mr. E.J.C. Adang op 9 maart 2016.
Uitkomst: Lijfrentepolissen worden aan ex-echtgenoot toegewezen met verplichting tot betaling van de helft van de afkoopwaarde minus belasting aan ex-echtgenote.