Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
[medeverdachte] heeft het mes weggegooid in een put.
Op 20 mei 2015 werd forensisch onderzoek verricht op [adres 3] te Uden. De medewerker van de gemeente begon met de tweede trottoirkolk aan de rechterzijde van [adres 3] , gezien vanaf de [adres 5] . Uit de zandvang werd een zilverkleurig glimmend voorwerp gehaald, een mes. Het knip/vouw mes met ronde uitsparingen in het heft met SIN AAIO6645NL werd veiliggesteld.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Gelet hierop zal de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee houden dat het door [medeverdachte] aan [slachtoffer] toegebrachte dodelijk letsel, niet aan verdachte kan worden toegerekend.