Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2015:893

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
8 januari 2015
Publicatiedatum
19 februari 2015
Zaaknummer
WR 14-037
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter niet ontvankelijk verklaard door rechtbank Oost-Brabant

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T. Zuidema, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, naar aanleiding van de behandeling van een civiele procedure. Het verzoek betrof het vermoeden van partijdigheid van de rechter.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van de artikelen 36 en 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verzoeker baseerde het wrakingsverzoek uitsluitend op de gang van zaken tijdens een comparitie op 4 november 2014. Het verzoek werd echter pas op 15 december 2014 ingediend, terwijl het proces-verbaal van de comparitie dezelfde dag aan de advocaat van verzoeker was verzonden.

Verzoeker stelde dat de late indiening werd veroorzaakt door een reis naar Amerika en een daaropvolgende longaandoening. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden het tijdsverloop niet rechtvaardigen en verklaarde het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.

De beschikking werd op 8 januari 2015 uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant, bestaande uit voorzitter I.L.A. Boer en leden A.G.A.M. van de Ven en J.H.L.M. Snijders.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor indiening.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANKOOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Wrakingskamer
Zaaknummer : WR 14/037
Beschikking van 8 januari 2015
in de zaak van
[verzoeker]
wonende te Apeldoorn,
verzoeker,
advocaat [gemachtigde] te Apeldoorn,
tegen
mr. T. Zuidema
in diens hoedanigheid van rechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de zaak met zaaknummer C/01/277529/HA ZA 14/298,
verweerder.
Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd.

1.Procesverloop

1.1
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het proces-verbaal van de terechtzitting in de hoofdzaak op 4 november 2014;
  • het wrakingsverzoek van 15 december 2014;
  • de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek van 19 december 2014;
  • het dossier in de hoofdzaak.
1.2
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 8 januari 2015. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. Molenaar. Verzoeker heeft gepersisteerd bij het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is nader toegelicht aan de hand van een door de raadsman overgelegde pleitnota.
In de schriftelijke reactie heeft de rechter zijn standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Ter zitting van 8 januari 2015 heeft hij gepersisteerd bij deze schriftelijke reactie en hij heeft die reactie toegelicht.
De wederpartij van verzoeker in de hoofdzaak is eveneens ter zitting verschenen.

2.Het verzoek en het verweer

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer C/01/277529/HA ZA 14/298. Verzoeker heeft betoogd dat de rechter niet onbevooroordeeld dat geschil kan beoordelen.
2.2
De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten.
3. De beoordeling
3.1
Allereerst is aan de orde de vraag of verzoeker ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [verder: Rv], dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Ingevolge artikel 37 Rv Pro wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden.
3.2
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek enkel gebaseerd op de gang van zaken tijdens de door de rechter voorgezeten comparitie van partijen op 4 november 2014. Het van die comparitie opgemaakte proces-verbaal is nog dezelfde dag aan de advocaat van verzoeker verzonden. Door vervolgens eerst op 15 december 2014 het voorliggende wrakingsverzoek in te dienen, heeft verzoeker dat verzoek niet gedaan zodra de feiten en omstandigheden waarop dat verzoek is gebaseerd aan verzoeker bekend zijn geworden.
Ter verklaring van dit tijdsverloop is door en namens verzoeker gesteld dat hij op 20 november 2014 naar Amerika is vertrokken, dat hij daarvan op 28 november 2014 terug is gekeerd, dat verzoeker de eerste tien dagen na terugkeer door een longaandoening is geveld en dat hij eerst daarna in staat was dit wrakingsverzoek op te stellen.
3.3
De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen het hiervoor geschetste tijdsverloop echter niet rechtvaardigen. Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verzoeker niet in het wrakingsverzoek kan worden ontvangen.

4.De beslissing

De rechtbank,
verklaart verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. T. Zuidema in de zaak met zaaknummer C/01/277529/HA ZA 14/298.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.L.A. Boer, voorzitter, mr. A.G.A.M. van de Ven en mr. J.H.L.M. Snijders, leden en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.