ECLI:NL:RBOBR:2015:7457
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken - Lie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking wapenverlof ondanks ingetrokken aangifte mishandeling
Eiser had een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens voor schietsport, dat op 17 februari 2015 per direct werd ingetrokken door de korpschef van de politie. De intrekking was gebaseerd op een aangifte van mishandeling door zijn echtgenote en een mutatierapport waarin mogelijke eerwraak binnen de familie werd genoemd. Eiser stelde zich op het standpunt dat het mutatierapport niet als grondslag mocht dienen en dat de aangifte onjuist was vanwege tolkinterpretatie en later werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat het mutatierapport onvoldoende onderbouwing gaf voor het vermoeden van eerwraak en dat dit niet aan de intrekking ten grondslag mocht worden gelegd. De aangifte van mishandeling door de echtgenote mocht echter wel als basis dienen, ook al was deze later ingetrokken. De rechtbank vond dat de aangifte gedetailleerd en ondertekend was en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom de verklaring onjuist zou zijn vertaald.
De rechtbank benadrukte dat reeds geringe twijfel aan de verantwoordbaarheid van het wapenverlof voldoende is voor intrekking. De aangifte leverde die objectieve grondslag. Andere argumenten van eiser, zoals het langdurige bezit van het verlof zonder incidenten en het voorstel tot bewaring van wapens bij de schietvereniging, werden verworpen. Ook de procedurele klacht over de hoorzitting faalde. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het wapenverlof bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de intrekking van het wapenverlof op basis van de aangifte van mishandeling.