Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift (ex artikel 1019w Rv), ingekomen 20 mei 2015, met 11 producties,
- het verweerschrift, ingekomen 7 september 2015, met 1 productie,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 15 september 2015.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 22 maart 2014 werd verzoekster uitgescholden door kinderen en sloeg zij een van hen met een zak wc-rollen. Kort daarna kwam verweerder verhaal halen en vroeg of dit klopte. Verzoekster viel achterover en brak haar rechterhand. Zij deed aangifte van mishandeling omdat verweerder haar zou hebben geduwd.
Verzoekster vordert in een deelgeschilprocedure een verklaring voor recht dat verweerder haar heeft geduwd en aansprakelijk is voor de schade, inclusief een voorschot van €20.000,-. Verweerder voert verweer dat de toedracht en het causaal verband onduidelijk zijn en bewijslevering nodig is.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen over het duwen en de val uiteenlopen en onvoldoende vaststaan. Ook is onduidelijk of de huidige beperkingen en schade van verzoekster uitsluitend door de breuk zijn veroorzaakt. Daarom is het verzoek niet geschikt voor deelgeschilprocedure en wordt het afgewezen. De kosten van verzoekster worden begroot op €3.944,90, maar verweerder wordt niet veroordeeld tot betaling vanwege de onzekerheid over aansprakelijkheid.
Uitkomst: Verzoek tot verklaring voor recht en voorschot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van toedracht en causaal verband.