ECLI:NL:RBOBR:2015:6791
Rechtbank Oost-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens verjaring en immuniteit in dienstverband consulaat Marokko
Eiser was sinds 1992 in dienst van het Koninkrijk Marokko als administratief medewerker bij het consulaat in Nederland. Na ziekmelding in december 2005 ontving hij slechts gedeeltelijk loon en werd hij in januari 2006 ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid. Eiser vordert betaling van achterstallig loon en vakantietoeslag.
Het Koninkrijk voert immuniteit van rechtsmacht aan en stelt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is. De rechtbank oordeelt dat het beroep op immuniteit faalt omdat eiser ten tijde van de procedure een duurzame verblijfplaats in Nederland had. De Nederlandse rechter is dus bevoegd.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de verjaring van de vordering. De eerdere kortgedingvordering in 2006 leidde niet tot toewijzing en de daaropvolgende procedure in Marokko stuit de verjaring niet volgens Nederlands recht. De eerste schriftelijke aanmaning dateert van 2013, te laat om de verjaring te stuiten. De vordering is daarom verjaard en wordt afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat internationale dienstverbanden bij consulaire posten complexe juridische vragen oproepen over immuniteit en toepasselijk recht, waarbij verjaring een doorslaggevende rol kan spelen.
Uitkomst: De loonvordering van eiser wordt afgewezen wegens verjaring en het beroep op immuniteit van rechtsmacht wordt verworpen.