Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf] ., te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door [persoon 1] .
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor het gebruik van een pand als centrum voor fysiotherapie en andere zorgactiviteiten, in strijd met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld.
De vergunning is verleend met het oog op het tegengaan van leegstand en verpaupering, ondanks dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan dat de bestemming 'Detailhandel' voorschrijft. Verzoekers betoogden dat de vergunning concurrentieproblemen veroorzaakt en de financiële positie van zorgverleners schaadt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat concurrentiebelangen niet ruimtelijk relevant zijn en dat geen sprake is van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau. Verzoekers erkennen dat de zorgaanbod in Valkenswaard niet wezenlijk zal afnemen. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor een tweede centrum fysiotherapie in Valkenswaard is afgewezen.