ECLI:NL:RBOBR:2015:5589
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling voor bezit kinderporno met reclasseringstoezicht
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het bezit van kinderporno in de periode van januari 2011 tot januari 2012. De primaire tenlastelegging werd nietig verklaard vanwege onvoldoende concretisering, maar het subsidiaire tenlastegelegde werd bewezen verklaard voor vijf afbeeldingen met seksuele gedragingen van personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is voor het bezit van deze kinderporno en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op met een proeftijd van twee jaar. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder medewerking aan reclasseringstoezicht en ambulante behandeling indien geïndiceerd.
De rechtbank nam mee dat het aantal bewezen verklaarde afbeeldingen gering was en dat verdachte geen eerdere soortgelijke veroordelingen had. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, mede vanwege de beperkte omvang van het bewezen verklaarde en het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten.
De dagvaarding werd nietig verklaard ten aanzien van het primair tenlastegelegde wegens onvoldoende specificatie, maar het subsidiaire tenlastegelegde was geldig en ontvankelijk. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en beoogt herhaling te voorkomen door de voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht.