Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewezenverklaring.
Primair:
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 5 april 2014 reed verdachte over de N279 te Erp toen een iPad van de bijrijdersstoel op de grond viel. Tijdens het oprapen hiervan merkte hij niet tijdig dat de motorfiets voor hem afremde vanwege oranje verkeerslicht. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij het slachtoffer een gebroken ruggenwervel opliep.
De rechtbank oordeelde dat verdachte aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig handelde door zijn aandacht van de weg af te wenden en een grove inschattingsfout te maken over de verkeerssituatie. Dit gedrag was de oorzaak van het ongeval en het zware letsel van het slachtoffer.
Verdachte werd primair schuldig bevonden aan overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. De rechtbank legde een taakstraf van 90 uur op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 9 maanden met een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het letsel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van 9 maanden wegens aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.