ECLI:NL:RBOBR:2015:5284
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van dwang bij vermeende verkrachting
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 9 september 2015 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op of omstreeks 14 oktober 2014 in Asten of elders in Nederland. De tenlastelegging omvatte diverse vormen van seksueel binnendringen en geweld.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden wegens meervoudige verkrachting en toewijzing van de schadevordering van de benadeelde partij. De verdediging stelde dat het seksuele contact vrijwillig was en dat verdachte niet kon weten dat het anders was, en verzocht om vrijspraak en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er was geen objectief bewijs van dwang, geen fysiek verzet van de benadeelde en verdachte kon aannemelijkerwijs aannemen dat er instemming was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van dwang bij verkrachting.