ECLI:NL:RBOBR:2015:4939
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoekster is (mede)huurster van een woning waar op 2 maart 2015 een handelshoeveelheid hennep en hasjiesj werd aangetroffen, evenals twee vuurwapens en een alarmpistool. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet legde de burgemeester een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de last onder bestuursdwang en dat het beleid omtrent sluiting van woningen bij handelshoeveelheden softdrugs zorgvuldig was toegepast.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de belangen van verzoekster en haar gezin, waaronder de inzet van het “Plus Team” ter ondersteuning. Er was geen aanleiding om af te wijken van het beleid dat in ernstige gevallen sluiting zonder waarschuwing rechtvaardigt.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.