Uitspraak
De bewijsmiddelen.
[getuige 1], wonende [adres 2] 1 te Rosmalen, van kort na het gebeurde houdt onder meer in [8] :
printhistorische gegevenswerden bevraagd van het opgegeven nummer van [medeverdachte 4], namelijk [telefoonnummer 2] [22] :
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Op 16 december 2014 werd het slachtoffer in zijn woning in Rosmalen overvallen door verdachte en mededaders. Zij vernielden de voordeur, drongen de woning binnen en mishandelden het slachtoffer meermalen met een scherp voorwerp en met kracht, terwijl een vuurwapen op hem gericht werd. Het slachtoffer liep meerdere steekwonden en kneuzingen op en werd behandeld in het ziekenhuis.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde zware lichamelijk letsel niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, maar verklaarde het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van poging tot zware mishandeling wel bewezen. De verklaringen van het slachtoffer en getuigen werden als betrouwbaar beoordeeld, ondersteund door technisch bewijs zoals bloedsporen met DNA-matches op kleding van verdachte en medeverdachten.
Verdachte ontkende betrokkenheid, maar gaf geen redengevende verklaring voor de aanwezige bloedsporen. De rechtbank concludeerde dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met anderen bij de mishandeling. Voorbedachte raad werd niet bewezen verklaard. Verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en tot betaling van een schadevergoeding van €2.973,05 aan het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk en betaling van schadevergoeding wegens medeplegen poging tot zware mishandeling.