Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2015 in de zaak tussen
Stichting Tegengas Rooi, te Sint-Oedenrode, eiseres, [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 9] , [eiser 10] , [eiser 11] , [eiser 12] , [eiser 13] , [eiser 14] , [eiser 15] en [eiser 16] , te [woonplaats] , eisers
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, verweerder
[vergunninghouder], te [vestigingsplaats] , gemachtigde: mr. F.H. Damen.
Procesverloop
Overwegingen
- Vergunning voor het houden van melkrundvee en een co-vergistingsinstallatie (milieuvergunning uit 2008);
- Revisievergunning voor dezelfde activiteiten van 28 december 2009 (milieuvergunning 2009);
- Omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de capaciteit van de co-vergistingsinstallatie tot 80.000 ton per jaar van 13 augustus 2012 (omgevingsvergunning 2012).
Emission from storageen
waste treatment industries. Volgens eisers is voorts het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) van toepassing en wordt hieraan niet voldaan.
Artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo, bepaalt dat het bevoegd gezag voorschriften van de omgevingsvergunning wijzigt, indien door toepassing van artikel 2.30, eerste lid, van de Wabo blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt.
Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie de uitspraak van 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:352) vloeit verder voort dat, indien een bestuursorgaan na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking neemt, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het een eerste afwijzing. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor besluiten genomen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag, maar ook voor besluiten op een verzoek om terug te komen van een al dan niet op aanvraag genomen besluit. Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kan de bestuursrechter dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen toetsen.
ontwikkelingen, respectievelijk
ontwikkelingenmet betrekking tot de kwaliteit van het milieu. De enkele omstandigheid dat de inrichting, als gevolg van de RIE, thans een IPPC‑installatie omvat, leidt niet tot het oordeel dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, respectievelijk technische ontwikkelingen, die noodzaken tot intrekking of wijziging van de verleende vergunningen. In het midden kan blijven of dit een relevante wijziging van recht is. Dit argument van eisers faalt. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de co-vergistingsinstallatie nog niet in werking is, zodat er nog geen sprake is van hinder, verweerder niet zonder meer ontslaat van zijn verplichtingen uit hoofde van de artikelen 2.30 en 2.31 van de Wabo.
Emission from storagedateert van juli 2006 en de BREF
waste treatment industriesdateert van augustus 2006. Bovendien is bij de verlening van de omgevingsvergunning uit 2012 getoetst aan het Landelijk afvalbeheerplan en de toepasselijke sectorplannen en het BBT-document “Nederlandse richtlijn bodembescherming”.