ECLI:NL:RBOBR:2015:3704
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor faillissementsfraude en medeplegen van valsheid in geschrift door antedatering van overeenkomsten
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude en medeplegen van valsheid in geschrift. Het betreft betalingen van geldbedragen vanuit een failliete B.V. naar een schuldeiser en het advocatenkantoor van verdachte, bedoeld om schuldeisers te benadelen. Verdachte was nauw betrokken bij de financiële en operationele gang van zaken en speelde een mede bepalende rol bij de doorstart van de activiteiten via een andere vennootschap.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte samen met medeverdachten geldleningsovereenkomsten valselijk heeft opgemaakt door deze te antedateren, met het oogmerk deze als echt te laten gebruiken. De rechtbank achtte de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen op basis van bankafschriften, e-mailcorrespondentie en verklaringen van betrokkenen.
De rechtbank verwierp het verweer dat verdachte niet als feitelijk leidinggever kon worden aangemerkt, en oordeelde dat zijn rol als adviseur en aandeelhouder hem een informatievoorsprong gaf die hij misbruikte. Gelet op de ernst van de feiten, de schade aan het aanzien van het advocatenberoep en de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar wegens faillissementsfraude en medeplegen van valsheid in geschrift.