ECLI:NL:RBOBR:2015:203

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
16 januari 2015
Zaaknummer
C/01/288369 / JE RK 15-6
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
JeugdwetBurgerlijk Wetboek Boek 1 Art. 260
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek verlenging ondertoezichtstelling door niet-gecertificeerde instelling

Een stichting verzocht de rechtbank om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. Dit verzoek werd ingediend na de inwerkingtreding van de nieuwe Jeugdwet op 1 januari 2015, waarin is bepaald dat alleen gecertificeerde instellingen een dergelijk verzoek mogen indienen.

Tijdens de zitting op 15 januari 2015 werden de moeder, vertegenwoordigers van de raad en de stichting gehoord. De stichting stelde dat het verzoekschrift gedateerd was vóór 1 januari 2015, maar de rechtbank oordeelde dat het moment van ontvangst leidend is. Omdat de stichting niet gecertificeerd is, werd zij niet-ontvankelijk verklaard.

De raad voor de kinderbescherming diende ter zitting een eigen verzoek tot ondertoezichtstelling in, waarover de rechtbank een aparte beslissing zal nemen. De moeder stemde in met verlenging of een nieuwe ondertoezichtstelling.

De kinderrechter sprak de beschikking uit op 16 januari 2015 en verklaarde de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Uitkomst: De stichting werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling omdat zij geen gecertificeerde instelling is.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/288369 / JE RK 15-6
datum uitspraak: 16 januari 2015

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, hierna te noemen: de stichting,

gevestigd te Eindhoven
betreffende
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam], hierna te noemen: (de) moeder,

wonende te [plaats],

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad,

gevestigd te Eindhoven.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de stichting van
16 december 2014, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 5 januari 2015.
Op 15 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- twee vertegenwoordiger van de raad,
- een vertegenwoordiger van de stichting.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[de minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 28 februari 2014 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 februari 2015.

Het verzoek

De stichting heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar.

De beoordeling

De kinderrechter heeft geconstateerd dat het verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling is ingediend na 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de nieuwe jeugdwetgeving in werking is getreden. Hierin is onder andere bepaald, voor zover hier relevant, dat alleen een gecertificeerde instelling een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling kan indienen. Het onderhavige verzoekschrift is ingediend door de stichting, niet zijnde een gecertificeerde instelling.
Ter zitting van 15 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken.
De stichting stelt dat, gelet op de datering van het verzoekschrift, dat ruimschoots is gelegen vóór 1 januari 2015, de stichting ontvankelijk in haar verzoek is.
De raad heeft verklaard dat, voor het geval de stichting niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek, de raad thans ter zitting een verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] indient. De raad zal dit verzoek ook nog schriftelijk doen toekomen aan de rechtbank aan belanghebbenden.
Moeder kan instemmen met een verlenging dan wel een nieuwe ondertoezichtstelling van [de minderjarige].
De kinderrechter overweegt als volgt.
Vaststaat dat het verzoek van de stichting, nog daargelaten op welke datum dit verzoekschrift is gedateerd, na 1 januari 2015 door de rechtbank is ontvangen. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat de stichting niet bevoegd moet worden geacht tot het doen van het onderhavige verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, nu zij niet een gecertificeerde instelling is. Om die reden zal de kinderrechter de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek verklaren.
De kinderrechter zal per separate beschikking een beslissing nemen op het ter zitting van
15 januari 2015 gedane verzoek door de raad tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige].

De beslissing

De kinderrechter:
verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015.
sem