ECLI:NL:RBOBR:2015:1645
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedreiging minister-president en verboden wapenbezit
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor meerdere bedreigingen via WhatsApp, waaronder een ernstige bedreiging gericht aan minister-president Rutte, en het bezit van verboden wapens en munitie. De bedreigingen waren zodanig ernstig dat zij bij de slachtoffers redelijke vrees konden veroorzaken. De rechtbank sprak verdachte vrij van een vijfde bedreiging wegens twijfel over de bedreigende aard daarvan.
Verdachte was ten tijde van de feiten 16 jaar, maar werd volgens meerderjarigenstrafrecht berecht vanwege de ernst van de feiten en zijn persoonlijkheid. Diverse rapportages van het Forensisch Centrum, de Jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden een klinische opname binnen een forensisch psychiatrische instelling met hoge beveiliging.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 21 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, gekoppeld aan een behandelverplichting en intensief toezicht door de reclassering. De rechtbank weigerde een TBS-maatregel met voorwaarden op te leggen, maar achtte een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden passend om herhaling te voorkomen en behandeling te waarborgen.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke veroordelingen werden afgewezen omdat een klinische behandeling aansluitend aan de detentie noodzakelijk werd geacht. De straf weerspiegelt de ernst van de bedreigingen, het verboden wapenbezit en de recidive van verdachte ondanks eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en behandelverplichting.