Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Standpunt officier van justitie
Standpunt van de verdediging
Vrijspraak feit 1 primair.
Vrijspraak feit 3.
Bewijsoverweging feit 1 subsidiair en feit 2.
Bewijsoverweging feit 4
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
Het oordeel van de rechtbank.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft en niet blijkt van een causaal verband tussen het handelen van verdachte en de schade. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
gevangenisstrafvoor de duur van 21 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing met betrekking tot de voorlopige hechtenis.
bevel tot schorsingvan de voorlopige hechtenis met ingang van heden.