Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[bedrijf 1],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
- Aangifte van [benadeelde] mede namens [bedrijf 2] d.d. 11 december 2012, p. 215 t/m 217;
- Verklaring van [benadeelde] namens [bedrijf 2] d.d. 17 december 2012, p. 184 t/m 187;
- Documenten met nummers 14 t/m 23, 46, 47, 232, 238, 298, 299, 300, 301, 302, 304, p. 190 t/m 199, 222, 223, 300, 304 en 308 t/m 312, 314;
- Erkennende verklaring van de vertegenwoordiger van verdachte d.d. 10 juni 2013, p. 63, 69, 84;
- Erkennende verklaring van de vertegenwoordiger van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 maart 2015.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 2:opzettelijk gebruik maken van het vervalste geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd