ECLI:NL:RBOBR:2014:772
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip samenhangende procedures in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde vergoeding voor rechtsbijstand in een bestuursrechtelijke zaak, waarbij verweerder een lagere vergoeding toekende wegens samenhang tussen een beroepsprocedure en een voorlopige voorzieningsprocedure.
De rechtbank beoordeelde of de procedures als samenhangend konden worden beschouwd, ondanks dat er geen zitting had plaatsgevonden in de voorlopige voorzieningsprocedure. De rechtbank concludeerde dat de ratio van de samenhangregeling juist inhoudt dat aan de tweede procedure minder tijd hoeft te worden besteed, ook als er geen aparte zitting is geweest.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat zonder zitting geen samenhang kan zijn en oordeelde dat de regelgever deze situatie niet heeft willen uitsluiten. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt de praktische toepassing van artikel 11, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand en bevestigt dat samenhang ook kan bestaan bij gelijktijdige of aansluitende behandeling zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde vergoeding voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.