ECLI:NL:RBOBR:2014:7601

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2014
Publicatiedatum
12 december 2014
Zaaknummer
01/820912-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak ontuchtige handelingen met minderjarige wegens onvoldoende bewijs leeftijd en wetenschap verdachte

De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode van 2005 tot 2008 te Eindhoven. De tenlastelegging omvatte verschillende vormen van ontucht, waaronder seksueel binnendringen en het zich laten pijpen of aftrekken door het slachtoffer, dat toen tussen de twaalf en achttien jaar oud zou zijn geweest.

Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie achtte het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen en eiste een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De verdediging vorderde integrale vrijspraak.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld wat de exacte leeftijd van het slachtoffer was ten tijde van de gedragingen. Het slachtoffer kon zich de precieze leeftijd niet herinneren en had met meerdere personen seksdates gehad. Verdachte verklaarde bovendien te hebben geloofd dat het slachtoffer meerderjarig was. Ook was er onvoldoende bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het slachtoffer minderjarig was.

Gelet hierop sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen, primair, subsidiair en meer subsidiair. De vrijspraak werd uitgesproken op 15 december 2014 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs omtrent de leeftijd van het slachtoffer en de wetenschap van verdachte.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht
Parketnummer: 01/820912-13
Datum uitspraak: 15 december 2014
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],
wonende te[woonplaats], [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 december 2014.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 oktober 2014.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 1 december 2014 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005
tot en met 4 februari 2006 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer]
, geboren op [1990], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog
niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer
ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede
bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
hebbende verdachte zich door die [slachtoffer] laten pijpen en/of aftrekken en/of die
[slachtoffer] gepijpt en/of afgetrokken;
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op en of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005
tot en met 4 februari 2006 te Eindhoven, met [slachtoffer], geboren op [1990]
, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens)
buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens)
bestaande uit het zich laten aftrekken door die [slachtoffer] en/of het pijpen en/of
aftrekken van die [slachtoffer];
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode
van 1 januari 2005 tot en met 4 februari 2008 te Eindhoven een of meermalen
door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke
verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten (telkens)
door het betalen van (een) geldbedrag(en) en/of het in het vooruitzicht
stellen van de betaling van (een) geldbedrag(en), een persoon, [slachtoffer],
geboren op [1990], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest
vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten het zich door die
[slachtoffer] laten pijpen en/of aftrekken en/of het pijpen en/of aftrekken van die
[slachtoffer] door hem, verdachte, te plegen of zodanige handelingen van verdachte te
dulden.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen en eist een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging concludeert tot integrale vrijspraak van verdachte.

Vrijspraak.

Ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld wat de exacte leeftijd van [slachtoffer] was ten tijde van de (betaalde) seksdates met verdachte. In het bijzonder kan niet zonder gerede twijfel worden vastgesteld dat [slachtoffer] ten tijde van de aan verdachte ten laste gelegde gedragingen al dan niet de leeftijd van 16 jaren had bereikt. Enerzijds weet [slachtoffer] zelf niet meer precies hoe oud hij toentertijd was en anderzijds heeft hij -naar eigen zeggen- met meerdere personen (betaalde) seksdates gehad. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [slachtoffer] daarover pas jaren later is gehoord, hetgeen van invloed kan zijn geweest op zijn beleving en zijn herinneringen.
Tot slot overweegt de rechtbank dat verdachte heeft verklaard dat hij zeker wist dat [slachtoffer] meerderjarig was toen zij seksdates met elkaar hadden.
Gelet hierop acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde.
Weliswaar bevat het dossier aanwijzingen dat [slachtoffer] nog niet meerderjarig was ten tijde van de betaalde seksdates met verdachte, maar op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte wist dat [slachtoffer] nog niet meerderjarig was. Volgens verdachte was [slachtoffer] immers meerderjarig.
Evenmin is de rechtbank op grond van het dossier gebleken van feiten en omstandigheden op basis waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] nog niet meerderjarig was. Daar komt nog bij dat [slachtoffer] bij de politie heeft verklaard dat hij niet wist wat verdachte over zijn leeftijd wist en het volgens hem goed kon zijn dat verdachte dacht dat hij meerderjarig was.
Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] nog niet meerderjarig was, zodat de rechtbank verdachte ook zal vrijspreken van het meer subsidiair ten laste gelegde.

DE UITSPRAAK

Ten aanzien van primair, subsidiair en meer subsidiair:
Vrijspraak.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.A. Buijs, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,
in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,
en is uitgesproken op 15 december 2014.
Mr. Verheggen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.