Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte].,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
“een klant die aldus handelt, niet [kan] worden beschouwd als een persoon die voornemens was de betrokken partij te verwijderen of er een nuttige toepassing voor te vinden, en derhalve zich er niet van [heeft]ontdaan”. [14]