Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.de gezamenlijke erfgenamen van
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 mei 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2014.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, woonachtig in Zuid-Afrika, had aan overledene opdracht gegeven zijn vermogen te beheren. Overledene heeft tussen 2003 en 2012 circa €343.000 onttrokken zonder rechtsgrond, waarvan een deel aan zijn vennootschap. Na overlijden van overledene vordert eiser terugbetaling van deze bedragen van de erfgenamen en de vennootschap.
De rechtbank stelt vast dat overledene geen administratie heeft bijgehouden en geen rekening heeft afgelegd, waardoor de bewijslast op de erfgenamen rust. De erfgenamen en vennootschap hebben onvoldoende onderbouwd dat de betalingen gerechtvaardigd waren. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe, veroordeelt de erfgenamen en vennootschap tot terugbetaling van de onttrokken bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 februari 2014, en veroordeelt hen in de proceskosten.
Vorderingen tot schadevergoeding wegens waardevermindering van een schip en afgifte van testament en postzegelverzameling zijn ingetrokken of afgewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De erfgenamen en vennootschap worden veroordeeld tot terugbetaling van onrechtmatige onttrekkingen met wettelijke rente en proceskosten.