Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsbeslissing.
proces-verbaal terechtzitting d.d. 30 oktober 2014, inhoudende de verklaring van verdachte.
Feit 2
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Motivering van de beslissing.
benadeelde partij [slachtoffer 1]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor immateriële schade van € 300,- ten gevolge van het aan verdachte onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
benadeelde partij [slachtoffer 2]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 20,- en immateriële schade van € 50,- ten gevolge van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
benadeelde partij [slachtoffer 5]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 20,- en immateriële schade van € 50,- ten gevolge van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
benadeelde partij [slachtoffer 6]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 58,81 ten gevolge van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
benadeelde partij [slachtoffer 8]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 25,- ten gevolge van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
benadeelde partij [slachtoffer 11]is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 45,- ten gevolge van het aan verdachte onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.