ECLI:NL:RBOBR:2014:5537
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor hennepfeiten
Op 30 september 2014 heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het aanwezig hebben en handelen in hennep in Helmond.
De officier van justitie had verdachte ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 2 juni 2014 ongeveer 200 kilogram hennep aanwezig had gehad en dat zij in de periode van januari tot juni 2014 hennep had gebracht, geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt of vervoerd. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd de zaak te behandelen.
Tijdens de terechtzitting van 16 september 2014 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot vrijspraak wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdediging voerde aan dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte wetenschap had van de hennep in de berging.
De rechtbank heeft geoordeeld dat noch uit het dossier noch uit de behandeling ter zitting kan worden bewezen dat verdachte enige wetenschap had van de hennep. Daarom verklaarde de rechtbank de tenlasteleggingen niet bewezen en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat zij wetenschap had van de hennep.