ECLI:NL:RBOBR:2014:5274
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de gevolgen van een nieuwe standaard-CAO voor de uitleg van een individuele arbeidsovereenkomst
De werknemer trad in 2002 in dienst als 1e concertmeester met een arbeidsovereenkomst die verwees naar de CAO Nederlandse Orkesten. Na een fusie in 2013 ging haar arbeidsovereenkomst over naar de Stichting Philharmonie ZuidNederland (PZN). De werknemer vorderde een voorschot op achterstallig honorarium voor teveel gewerkte uren in het seizoen 2013-2014 en een verbod op planning boven een bepaald aantal uren in het seizoen 2014-2015.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de arbeidsovereenkomst in relatie tot de nieuwe standaard-CAO: of het maximaal te werken aantal uren moest worden gerelateerd aan het aantal orkesturen van de kern Eindhoven of aan het CAO-maximum van 1528 uur. De kantonrechter oordeelde dat er sprake is van één orkest en dat de CAO bepalend is voor de uitleg van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter stelde vast dat de CAO een standaardkarakter heeft en dat afwijkingen niet zijn toegestaan tenzij uitdrukkelijk vermeld. De nieuwe systematiek van de CAO geldt, waarbij het seizoenstakenmaximum 1528 uur bedraagt. De vordering van de werknemer werd afgewezen omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de berekening van PZN onjuist was en dat er een remplaçantencontract voor de extra uren moest worden gesloten.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter W.M. Callemeijn en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2014.
Uitkomst: De vordering van de werknemer wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.